Le Droit Humain
INTERNATIONALE ORDE
DER GEMENGDE VRIJMETSELARIJ
NEDERLANDSE FEDERATIE
© Le Droit Humain - Nederlandse Federatie 2020

Vragen en antwoorden

1. Wat is vrijmetselarij?

De vrijmetselarij is een over de gehele wereld verbreide vereniging (broederschap), die naar geestelijke en zedelijke verheffing streeft. Zij verenigt mensen zonder te letten op godsdienstige overtuiging, ras, stand of nationaliteit.

Er zijn traditionele gebruiken en er wordt gewerkt met ritualen en symbolen, ontleend aan de bouwkunst en het licht. Het geestelijk beleven in de vrijmetselarij is moeilijk te omschrijven, omdat het een zeer persoonlijke ervaring is.

2. Wat biedt de vrijmetselarij?

De vrijmetselarij biedt een methodiek, waardoor men kan leren zichzelf te ontdekken, om bewuster te worden van het mens-zijn. De vrijmetselarij geeft morele steun in het leven, leert bewust leven en zelfstandig denken. (Zie verder ook vraag 5).

3. Wat stelt de vrijmetselarij zich ten doel?

De vrijmetselarij is een levensschool, die tracht mensen binnen en buiten haar organisatie meer respect en begrip voor elkaar bij te brengen en elkaar - waar nodig - te helpen.

De vrijmetselarij streeft naar geestelijke en zedelijke verheffing. Ze wil mensen op een hoger plan brengen, haar leden hierbij op weg helpen en mogelijkheden aandragen om te zoeken naar een voor hen aanvaardbare waarheid, zonder dat de vrijmetselarij dogma's oplegt.

De vrijmetselarij stelt zich ten doel de verworven ervaringen en inzichten van haar leden ook buiten de loges te laten uitwerken en toe te passen om op deze wijze te streven naar verbroedering van de mensheid.

4. Hoe tracht de vrijmetselarij dit doel te bereiken?

Dit doel tracht zij te bereiken door regelmatig rituele bijeenkomsten en gespreksavonden te houden. Het zich concentreren op het rituaal, de rituele handelingen en symbolen leidt tot bezinning en verdieping en een zekere geestelijke gelijk gerichtheid van leden met behoud van volledige vrijheid van denken van elk individu. Anders gezegd: het gaat om een gezamenlijke beleving en een persoonlijke verwerking.

Tijdens de bijeenkomsten wordt vaak een bepaald onderwerp besproken i n de vorm van een soort inleiding (in de vrijmetselarij "Bouwstuk" genoemd), al dan niet gevolgd door een discussie. Deze bouwstukken hebben als regel facetten van het menszijn tot onderwerp en kunnen een toetsing betekenen van de eigen mening.

5. Wat zoekt men en kan men vinden bij de vrijmetselarij?

Kandidaat-leden hebben vaak een punt in hun leven bereikt, van waaruit zij alleen niet verder komen. De zoekers naar waarheid, het doel van al het bestaande, de zin van leven en dood, zijn binnen hun eigen kring dikwijls op een dood punt aangekomen. Voor deze groep biedt de vrijmetselarij een platform voor regelmatige bezinning en verdieping. Door zich met anderen te concentreren op dingen van geestelijke waarde en hierover van gedachten te wisselen, wordt meer inzicht verkregen in het eigen wezen, in dat van anderen en - wellicht - ook in het totale Zijn.

Mensen die denken door de Vrijmetselarij maatschappelijke vooruitgang te bereiken of die een soort gezelligheidsvereniging verwachten, zullen bedrogen uitkomen of hebben het niet goed begrepen.

6. Wat zijn de plichten van de vrijmetselaar?

Een vrijmetselaar dient naar beste vermogen als een goed mens te leven. Vrijmetselaren dienen open te staan voor de mening van anderen en bereid zijn hen als dat gevraagd wordt, hulp te verlenen.

Vrijmetselaren beloven als zij toetreden tot de vrijmetselarij alle bijeen­ komsten die binnen hun loge gehouden worden bij te wonen, tenzij zij om dringende redenen verhinderd zijn. Zij dienen respect te hebben voor alles wat leeft. Vrijmetselaren dienen de hun toevertrouwde geheimen te kunnen bewaren.

Oorsprong en wortels
7. Wat is de oorsprong van de vrijmetselarij?

De hedendaagse vrijmetselarij of maçonnerie is ontstaan uit ambachtelijke verenigingen van steenhouwers en andere bouwers die rond de Middel­ eeuwen in West-Europa werden gevormd.

Deze verenigingen bestonden uit leerlingen, gezellen en meesters, die over een bijzondere kennis van steenbewerking en bouwkunst beschikten. De leden genoten een aantal voorrechten, maar waren tegelijkertijd verplicht bepaalde regels na te leven op godsdienstig en moreel gebied.

Bovendien gold een eed van geheimhouding om de beroepsgeheimen te beschermen.

Oorspronkelijk stond het onderlinge contact voor een belangrijk deel in het teken van de uitoefening van het ambacht. Bij de bouw van bijvoorbeeld kathedralen werd een bouwloods (Eng.: lodge) gebruikt voor het houden van werkbesprekingen, waarbij alleen vakbekwamen werden toe­ gelaten. Het woord "lodge" (in het Nederlands: loge) werd geleidelijk aan ook gebruikt als aanduiding voor de bijeenkomsten zelf, en later ook voor de bouwers als groep.

Aan het eind van de Gotiek verdwenen veel ambachtsverenigingen. In enkele West-Europese landen bleven zij echter bestaan.

Onder invloed van de Renaissance liet men ook niet-bouwers als leden toe. In die tijd groeide ook na veel oorlogen en politieke verwarring alom een verlangen naar broederschap en onderlinge verdraagzaamheid. Vanuit dit verlangen deden steeds meer niet-vakgenoten hun intrede in de loges, waardoor deze, naast een ambachtelijk, een steeds sterker beschouwelijk karakter kregen. In 1717 verenigden zich vier Londense loges in één Grootloge, waardoor een gezagsorgaan werd geschapen, van waaruit nieuwe loges konden worden gesticht. Van dat moment af groeide het aantal loges binnen de eigen grenzen zeer snel en verspreidde de vrijmetselarij zich binnen enkele tientallen jaren over de hele wereld.

8. Waar liggen de wortels van de vrijmetselarij?

De in vraag 7 geschetste ontwikkelingsgang van de vrijmetselarij is herleid uit de oude handgeschreven constituties - waarvan de oudste dateren uit de 14e eeuw - waarvan er sinds het midden van de vorige eeuw ca. 200 ontdekt zijn. Mede door het voordien bestaande gebrek aan bronnen zijn tal van theorieën ontwikkeld die de oorsprong van de vrijmetselarij naar ver vóór de Middeleeuwen terugvoeren, o.m. naar de antieke mysteriën, de Egyptenaren, Pythagoreïsch, Tempelieren, Kabbalisten en Rozenkruisers. Tot op heden bestaan er echter geen duidelijke bewijzen die dergelijke veronderstellingen t.a.v. een directe afstamming kunnen staven.

Wel vertoont de vrijmetselarij raakpunten met mysteriën, godsdiensten en filosofieën uit de hele menselijke beschaving.

9. Waar komt de naam en waar komen de werktuigen vandaan?

Het woord vrijmetselaar is een onjuiste vertaling van het Engelse "freemason". Dit is op zijn beurt naar alle waarschijnlijkheid een samentrekking van de woorden freestone mason . Freestone was - in tegenstelling tot rough stone (ruwe steen) - een fijne kalksteen, die alleen met grote vakkennis kon worden bewerkt. In latere perioden wordt het voorvoegsel "free" ook wel uitgelegd als "zekere vrijheden genietend", bijvoorbeeld bepaalde burgerrechten in de steden.

De werktuigen die door de steenhouwers, bouwers en architecten werden gebruikt, zoals bijv. hamer, beitel, troffel, passer en winkelhaak, hebben in de beschouwelijke vrijmetselarij een sterk symbolisch karakter gekregen.

Religieuze aspekten
10. Is de vrijmetselarij een sekte?

Neen! Een sekte is immers een kleine of grote groep die zich van een oorspronkelijke religieuze groepering heeft afgescheiden. De vrijmetselarij is nergens van afgescheiden, is - met andere woorden - nog de oorspronkelijke groepering.

11. Is de vrijmetselarij een geheime groepering?

De gebouwen waar de vrijmetselaren bijeenkomen, kunnen zonder veel problemen door elke werkelijk nieuwsgierige ontdekt worden. Vaak kan men in het telefoonboek van een stad onder " Vrijmetselarij" of "Maçonnerie", ook adressen vinden. Dus in die zin is de vrijmetselarij geen geheime groepering.

Wèl zal het zo zijn, dat men als buitenstaander niet zomaar een ledenlijst van een loge in handen krijgt. Naast de vele vrijmetselaren die hun lidmaatschap openlijk aan buitenstaanders laten blijken via bijv. een sieraad of een speldje in het knoopsgat of door hun aanwezigheid op voorlichtingsbijeenkomsten, is er een aanzienlijk grotere groep die het niet ter zake doende vindt om te koop te lopen als vrijmetselaar: "Je moet een vrijmetselaar aan zijn daden herkennen en niet aan zijn sieraden". Bovendien zijn er in deze groep nogal wat leden met het besef dat de vrijmetselarij in het verleden tot veel misverstanden aanleiding heeft gegeven o.a. in de politiek. Daardoor ook werd zij in veel landen verboden, een korte tijd zelfs ook in ons liberale Nederland. Haar leden werden in de ban gedaan of zelfs vervolgd, o.a. nog onder het regiem van Nazi-Duitsland. In die omstandigheden werd het veelal verstandig gevonden het lidmaat­ schap geheim te houden. In de westerse democratieën is de vrijmetselarij nergens verboden, waardoor zij onmiddellijk haar geheime karakter als organisatie heeft verloren.

12. Is de vrijmetselarij mystiek?

Ziet men in het woord mystiek, anders dan geheim, bijvoorbeeld een verborgen, innerlijke relatie met (een) God, of zomaar een diepe religieuze beleving, dan moet het antwoord tweeledig zijn: het kán wel, maar het hoeft niet zo te zijn. Dat is namelijk afhankelijk van de instelling van de individuele leden en van de loges. Het plechtige karakter dat bijeenkomsten van een loge kunnen hebben, met daarbij bepaalde rituele handelingen, kan bij velen een versterking van hun religieus beleven betekenen. Bij anderen echter zal de vrijmetselarij niet als mystiek overkomen. Wel kunnen de achterliggende filosofieën, bedoelingen, gebruiken en de aard van de bijeenkomsten leiden tot een aparte sfeer. En die sfeer valt eigenlijk niet goed te omschrijven. Iedere vrijmetselaar kent hem, maar deze is zó uniek dat men het niet kan uitleggen, zelfs niet met vergelijkingen. Als bijv. geprobeerd zou worden die sfeer te gaan omschrijven als fijn-weer-bij-elkaar-te-zijn, van gemeenschappelijkheid, van broederschap en dergelijke, is dat onvoldoende duidelijk voor de buitenstaander. Er is sprake van een specifiek soort broederschap, van mensen die elkaar meest­ al voor het eerst bij de vrijmetselarij hebben leren kennen, die elkaar in het dagelijks leven waarschijnlijk niet zouden hebben zien staan, voor wie zij tevoren nooit een affectie zouden hebben gekregen. Er is een band ontstaan tussen totaal verschillende mensen die allen dezelfde ervaringen hebben opgedaan en daardoor dat gemeenschappelijke gevoel krijgen. En dat gemeenschapsgevoel zal door menig vrijmetselaar toch als iets mystieks ervaren worden . Bovendien wordt dit gevoel ondersteund door het besef, dat men samen in dezelfde relatie staat tot een scheppend beginsel.

13. Is vrijmetselarij occult?

Er zijn leden voor wie de vrijmetselarij occulte aspecten heeft. Volgens Nel Noordzij in haar woordenboek van magie, occultisme en parapsychologie is occultisme : Theorie en praktijk van de nog niet wetenschappelijk te verklaren natuurverschijnselen en -krachten. In die zin een verborgen leer. Ook wel verborgen genoemd omdat de magisch-occulte toepassing van deze krachten voor de niet- ingewijde gevaarlijk kan zijn. De oude wijsheid leren zoals de joodse Kabbala, het Zenboeddhisme, de I Tjing, de Tarot, de Alchemie , Theosofie, Antroposofie en de leer van de Rozen­ kruisers als ook de magie hebben een esoterische kern die onder het occultisme valt.

14. Is de vrijmetselarij esoterisch

Als men onder esoterisch (: verborgen) verstaat: datgene wat pas door training en inwijding, en bovendien door middel van intuïtie toegankelijk wordt, dan is de vrijmetselarij inderdaad esoterisch te noemen.

15. Is de vrijmetselarij een religie of wereldbeschouwing?

De vrijmetselarij is geen religie, hoewel zij gebruik maakt van symbolen en ritualen. Elk rituaal heeft iets plechtstatigs, zo ook dat van de vrijmetselarij. Menigeen zal die plechtstatigheid als nauw verwant voelen met een godsdienstige plechtigheid. Dat is ook niet zo verwonderlijk omdat bij vrijwel alle godsdiensten gebruik wordt gemaakt van ritualen en symbolen. Elke gelovige islamiet, jood, katholiek, protestant leerde in zijn leven omgaan met ritualen en symbolen, maar dan vrijwel uitsluitend in samen­ hang met een godsdienstig gebeuren.

De vrijmetselarij, door sommigen opgevat als een levenshouding, als een benadering van levensproblemen, zou men veeleer een mengeling kunnen noemen van een wereld- en een levensbeschouwing. De wereld is bevolkt met boeddhisten, christenen, hindoes, joden, moslims en anderen, met witte, gele, rode, bruine en zwarte mensen die met elkaar als broeders zullen moeten leven, zo meent de vrijmetselaar. Daarom ook is de vrijmetselarij in zekere zin humanistisch te noemen. De mens wordt centraal gesteld. Alle aandacht wordt gegeven aan "Ken U Zelve", aan onderlinge verhoudingen en gebeurtenissen tussen mensen, tussen jezelf en de anderen (Broederschap). Zo kan de vrijmetselarij voor velen ook een verruiming van hun religieuze leven betekenen.

16. Erkent de vrijmetselarij het bestaan van een hogere macht?

De vrijmetselarij in Nederland gaat uit van het bestaan van een hogere macht die zij "de Opperbouwmeester of Opperbouwheer des Heelals" noemen. Met deze omschrijving kan elk afzonderlijk lid zich een eigen voorstelling maken van die hogere macht. En dat - vindt men - mag nooit een onderdeel van discussie uitmaken . Er zijn ook vrijmetselaren die daar­ naast - of zonder deze hogere macht te erkennen - streven naar de vervolmaking van de mensheid.

Iemand die zich echter nadrukkelijk atheïst noemt, zal soms moeite hebben zich thuis te voelen in de vrijmetselarij.

17. Hoe verhoudt de vrijmetselarij zich tot de godsdiensten?

De vrijmetselarij erkent de vrijheid van ieder individu om een eigen gods­ dienstige overtuiging te hebben, mits die overtuiging niet aan anderen wordt opgedrongen.

Daartegenover staat dat sommige godsdiensten een gereserveerde of af­ wijkende houding aannemen tegenover de vrijmetselarij.

18. Hoe verhoudt de vrijmetselarij zich tot het modern humanisme?

De moderne humanist zoekt naar de zin van het leven en vindt dat het antwoord niet kan bestaan in het aanwijzen van een doel buiten het leven. Daarom stelt hij de mens en zijn waardigheid centraal. Indien de humanist de erkenning van een hogere macht niet bij voorbaat verwerpt, zal hij zich uitstekend in de vrijmetselarij kunnen vinden.

19. Hoe verhoudt de vrijmetselarij zich tot andere geestelijke stromingen?

De vrijmetselarij verdedigt principieel de grondvrijheden zoals die o.a. in de West-Europese cultuur geaccepteerd worden (vrijheid van godsdienst, van vereniging, van meningsuiting, van onderwijs e.d.).

Alle geestelijke stromingen die óók deze grondvrijheden aannemen, worden door de vrijmetselarij gerespecteerd.

20. Wordt er gediscussieerd over godsdienst of politiek?

In de vrijmetselarij geldt als "spelregel" dat godsdienstige overtuigingen niet ter discussie worden gesteld. Deze regel geldt ook voor politieke opvattingen.

Vooroordelen
21. Is de vrijmetselarij voorbehouden aan een elite?

Nee, dat is zelfs in strijd met haar eigen streven. Wel is de vrijmetselarij ontstaan in een bepaalde groep van de samenleving, maar lid kan worden "een ieder die vrij is en van goede naam" zoals de omschrijving voor een kandidaat-lid plechtig luidt. Het is een feit dat in het verre verleden vrijwel niemand uit de maatschappelijk gezien lagere milieus zich bij de vrijmetselarij aanmeldde. De zorg voor het dagelijks brood (lange werkdagen, zware werkomstandigheden) kwam op de eerste plaats.

Dat is nu gelukkig anders.

22. Voelen de leden zich verheven boven andere mensen?

Eerlijkheidshalve moet erkend worden dat er leden zijn die een zekere mate van zelfgenoegzaamheid hebben omdat zij lid zijn van de vrijmetselarij. Daarmee geven zij overigens blijk besmet te zijn met de gedachte die ten onrechte bij vele buitenstaanders leeft, nl. dat de vrijmetselaren een elitegroep vormen. De vrijmetselaren mogen en kunnen zich zo niet noemen. Zij zullen dat imago dan ook elke keer ter discussie moeten stellen en bestrijden.

23. Is het waar dat de leden elkaar maatschappelijk vooruithelpen?

Het is in ieder geval geen doel van de vrijmetselarij. Maar wanneer men het toch ziet gebeuren, dan moet men er niet meer waarde aan hechten dan: een vriend, of iemand die je goed hebt leren kennen, mag je niet aan zijn lot overlaten.

24. Doet men georganiseerd aan liefdadigheid?

Georganiseerde liefdadigheid, zodat bij Service-clubs als bijv. de Rotary, komt weinig voor bij de vrijmetselarij. Incidenteel kan het voorkomen dat loges bepaalde instellingen steunen.

25. Gebeuren er griezelige dingen bij de vrijmetselarij?

Griezelige dingen gebeuren er zeker niet. De vraag rijst waarom buitenstaanders dit wel eens denken. Wellicht is dit idee ontstaan doordat men vreemd staat tegenover bepaalde gebruiken in de vrijmetselarij (zoals andere kleding). Bovendien worden teksten die in handen van niet-ingewijden komen, vaak op verkeerde wijze geïnterpreteerd.

26. Waarom praat men wel eens over het "hoofd afhakken"?

Deze vraag ligt in het verlengde van de vorige. Men heeft weleens vernomen dat vrijmetselaren een zeer plechtige eed of belofte moeten af leggen. Die eed of belofte wordt inderdaad afgenomen en de bewoordingen daarvan zijn of waren zwaarder en indringender dan tegenwoordig gebruikelijk is . Men belooft de geheimen geheim te houden en de reglementen van de orde te eerbiedigen. Men wordt niet lichamelijk of anderszins gestraft als men die eed of belofte breekt. Men zou wel geschorst of geroyeerd kunnen worden.

Geheimzinnigheid
27. Waarom is er zoveel geheimzinnigheid rond de vrijmetselarij?

De vrijmetselarij kent zeker een aantal geheimen: geheimen die alle vrijmetselaren onderling delen. Vooral voor de vrijmetselaren zelf zijn die geheimen belangrijk en hebben hoofdzakelijk te maken met het inwijdingsritueel en de verdere stappen die in het hele proces van leerling naar gezel tot meester en verder worden genomen.

28. Maakt men zich door die geheimzinnigheid niet juist onsympathiek?

Zolang het de geheimzinnigheid is van "sorry hoor, dat kan ik je niet vertellen, dat is geheim", zal die geheimzinnigheid zeker niet sympathiek overkomen. Wanneer er niet als uitleg bij gegeven wordt waarom bepaalde zaken geheim blijven, zal "men" dat niet accepteren, zeker niet meer in deze tijd waarbij de mensen in het algemeen steeds meer antwoord krijgen op steeds meer vragen die worden gesteld.

29. Waarom treedt men zo weinig naar buiten?

In bepaalde landen trad de vrijmetselarij vroeger meer naar buiten. Mensen werden officieel of minder officieel gevraagd lid te worden van een bepaalde loge. Een vrijmetselaar die tot de ontdekking kwam dat een bepaalde connectie van hem er sociaal gezien goede ideeën op nahield, deed wel eens een dergelijk verzoek. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat zo'n verzoek vroeger nogal eens gedaan werd tot personen alleen omdat zij sociaal gezien een belangrijke functie innamen. Vandaar ook dat nu nog aan vrijmetselaren gevraagd wordt of je tot de elite moet behoren om lid te kunnen worden. De vrijmetselaren geloven nu veel meer in de zoekende, de relativerende mens, die tot nu toe veel heeft gezocht maar nog niet heeft gevonden wat hij zoekt. Als deze mensen de stap wagen vrijmetselaar te worden, dan zal dat zoeken en het relativeren en het toetsen van zichzelf niet afgelopen zijn. En de vrijmetselarij zal dat toejuichen, want daar wordt zij alleen maar beter van. Die leden immers zullen niet gauw tevreden zijn.

De vraag rijst op welke wijze je dan die geïnteresseerden bereikt. Natuurlijk is het zo dat wanneer je een goede professionele reclamecampagne voert, het aantal leden drastisch zou kunnen gaan toenemen. Maar wat zullen dat dan voor leden zijn? Is de kans dan niet groot dat deze nieuwe leden onvoldoende gemotiveerd zijn?

Een beter middel is het geven van gerichte voorlichting, waarbij enerzijds een inzicht wordt gegeven in het doel van de vrijmetselarij en anderzijds erop geattendeerd wordt dat de vrijmetselarij er ook is voor mannen en vrouwen gezamenlijk. De voorlichting kan zijn: mondeling of schriftelijk; individueel of meer gericht op (doel)groepen.

Vormen van vrijmetselarij
30. Bestaan er meer vormen van vrijmetselarij in Nederland?

Nederland kent verschillende vormen van vrijmetselarij. Organisatorisch gezien zijn er twee zgn. grootmachten. Verreweg de grootste daarvan is de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, dat uitsluitend mannen toelaat en behoort tot de kring van grootmachten in de wereld die zich “regelmatig” noemen. Men noemt deze orde ook wel de masculiene orde.

De tweede grootmacht is de Nederlandse Federatie van de Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij "Le Droit Humain", die zowel voor mannen als voor vrouwen openstaat.

Daarnaast is er ook een orde uitsluitend voor vrouwen: "Vita Feminea Textura". Deze orde is weliswaar niet maçonniek, maar heeft banden met het Grootoosten.

Tot slot zijn er nog enkele kleine maçonnieke groeperingen - die dikwijls oorspronkelijk tot het Grootoosten of tot Le Droit Humain behoorden - zoals het "Nederlands Verbond van Vrijmetselaren, het "Nederlands Genootschap voor de Gemengde Vrijmetselarij".

31. Waarom verschillen de orden als men broederschap nastreeft?

Dit kan inderdaad als tegenstrijdig worden gezien. De kern van de verscheidenheid ligt allereerst in het verschil in opvatting t.a.v. het al dan niet toelaten van de vrouw tot de vrijmetselarij. Dit speelt niet alleen in Nederland, maar in de gehele wereld. De masculiene grootmachten erkennen die orden nog steeds niet die de vrouw toelaten. Bij een aantal individuele leden van het Grootoosten der Nederlanden heersen hieromtrent andere opvattingen.

Een oorzaak is ook dat kleine groepen mensen zich soms om andere voor hun geldige redenen, die doorgaans in de menselijke sfeer liggen, afscheiden van een groter verband en een eigen orde stichten.

32. Wat zijn de weefsters?

Weefsters zijn leden van de vrouwen orde Vita Feminea Textura (= het leven van de vrouw is weefsel), die in 1950 op initiatief van enkele leden van het Grootoosten der Nederlanden is opgericht. De orde hanteert een specifiek vrouwelijke symboliek en ritus, gebaseerd op textiele vorming. Men kent drie graden, t.w. die van spinster, weefster en ontwerpster.

Opmerkelijk is dat het rituaal is ontworpen door mannelijke vrijmetselaren van het Grootoosten.

Hoewel de werkwijze van Vita Feminea Textura doet denken aan die van de vrijmetselarij, mag deze orde geen vrijmetselaarsorde worden genoemd.

33. Sinds wanneer bestaan er gemengde loges?

De eerste gemengde loge is gesticht in 1893 in Frankrijk. In dat land was nl. in 1882 een vrouw (Maria Deraismes) ingewijd in een masculiene vrijmetselaarsloge. Toen de loge vanwege dit feit met schorsing werd bedreigd, trok Maria Deraismes zich terug. Sindsdien drongen veel vrijmetselaren bij de orde aan op een officieel besluit tot toelating van vrouwen in masculiene orden. Toen dit besluit uitbleef, stichtte Maria Deraismes · gesteund door Georges Martin, een vooraanstaand lid van de Grootloge van Frankrijkop 4 maart 1893 de eerste gemengde loge onder de naam "Grande Loge Symbolique de France Le Droit Humain".

34. Is de gemengde vrijmetselarij een nationale of internationale organisatie?

De Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij is, zoals de naam al aangeeft, internationaal georganiseerd; in tegenstelling tot de masculiene vrijmetselarij, die in elk land een zelfstandige organisatie kent.

35. Kan een man zowel van de masculiene als van de gemengde orde lid zijn?

In Nederland kan dat niet, omdat het Grootoosten der Nederlanden de gemengde vrijmetselarij als niet-regelmatig beschouwt en daarom ook niet erkent.

Rituelen
36. Wat is een rituaal?

Het rituaal is het boekje waarin een ritus/ritueel beschreven is.

37. Wat is een ritus/ritueel?

Een samenhangend gebruik van ceremoniële handelingen en bewoordingen, tegen de achtergrond van voorstellingen.

38. Is de ritus overal hetzelfde en waar komt deze vandaan?

In essentie zijn alle rituelen in de verschillende loges gelijk. De uitvoering echter kan verschillen. Wij kennen in onze orde in Nederland drie rituelen, de Nederlandse ritus, de Franse ritus en de Engelse ritus. In Nederland wordt voornamelijk met het Nederlandse ritueel en de Franse ritus gewerkt en in mindere mate met het Engelse. De Nederlandse ritus is meer mystiek gericht, terwijl het Engelse rituaal mede geïnspireerd is door de theosofische denkwijze en is daardoor ook meer occult gericht. In de Engelse ritus wordt verder gebruik gemaakt van wierook en samenzang.

39. Wordt er speciale kleding gedragen?

In Nederland is voor de vrouwelijke leden effen zwart/witte kleding voorgeschreven en voor de mannelijke een smoking, een donker kostuum. Hierdoor wordt de gelijkwaardigheid van alle leden tot uitdrukking gebracht. Door de kleuren zwart en wit ontstaat er een harmonieus beeld.

40. Wat is een tempel?

Een tempel is een ruimte, speciaal bedoeld voor de uitvoering van de ritualen.

41. Wat gebeurt er bij de inwijding?

Hierbij wordt men op een ceremoniële wijze ingewijd in de geheimen van de vrijmetselarij. Om alle aspecten van de inwijding ten volle te kunnen ervaren is het beter dat men van tevoren niets weet van de ceremonie. Des te groter kan het verrassingselement in de beleving zijn.

Zie ook vraag 27 en 28.

42. Waarom wordt men geblinddoekt?

Door de blinddoek kan men zich beter concentreren, omdat men van de buitenwereld wordt afgesloten. Bovendien heeft het een eigen betekenis binnen het ritueel.

("Een mens in onzekerheid openbaart zijn diepste wezen. Hij kan niet aanleunen tegen een bewering en staat even alleen", Godfried Bomans.)

43. Waarom moet men een eed/belofte afleggen?

De vrijmetselaar verplicht zich om de beginselen van de orde na te st reven en zich overeenkomstig de orderegels te gedragen. Hiertoe behoort onder meer het geheim houden van de inwijdingsrituelen.

44. Hoe staat de vrijmetselarij tegenover het wettig gezag?

Van vrijmetselaren wordt verwacht dat zij zich onderwerpen aan het langs democratische weg tot stand gekomen wettige gezag.

45. Wat gebeurt er als men het met bepaalde overheidswetten niet eens is?

Als organisatie neemt de vrijmetselarij geen standpunt in. De individuele vrijmetselaar wordt geacht naar eigen eer en geweten een standpunt te bepalen.

Symbolen
46. Waarom werkt men met symbolen?

Het gebruik van symbolen schept een gezamenlijk beeld en biedt de mogelijkheid tot een individuele interpretatie, terwijl definities en verklaringen in woorden dikwijls leiden tot een onvruchtbare discussie. De taal der symbolen laat de mens toe met zichzelf, met zijn onderbewuste te spreken.

47. Wat betekenen de passer en de winkelhaak?

Passer en winkelhaak zijn twee symbolen ontleend aan de bouwkunst. Doordat de winkelhaak twee benen heeft die onwrikbaar ten opzichte van elkaar staan en de passer twee beweeglijke benen heeft zou men de winkelhaak het symbool van de vastigheid (materie) en de passer het symbool van de beweeglijkheid (geest) kunnen noemen.

48. Wat betekent "arbeiden" of "werken"?

Ook deze termen zijn afkomstig uit de bouwwereld en hebben inmiddels een overdrachtelijke betekenis gekregen.

49. Wat betekent: leerling - gezel - meester?

Net als vroeger in de bouwgilden, kent de vrijmetselarij enkele scholingsperioden. Men sluit de leerling tijd af met de inwijding tot gezel en de gezellentijd met de inwijding tot meester.

50. Wat is een bouwstuk?

Tijdens bijeenkomsten van vrijmetselaren houdt men regelmatig lezingen of beschouwingen - al of niet gevolgd door een discussie - die men bouwstukken noemt. De keuze van de onderwerpen laat men veelal vrij. Meestal wordt ernaar gestreefd om - welke onderwerpen men ook kiest - een maçonnieke inslag aan zo'n inleiding te geven. Een traditie in de vrijmetselarij is echter dat men zich onthoudt van (partij-)politieke en godsdienstige twist gesprekken. Daarom zullen onderwerpen die daartoe aanleiding kunnen geven, doorgaans vermeden worden.

Het doel van een bouwstuk is in de eerste plaats een activering tot zelf­ oriëntatie en in de tweede plaats een toetsing aan de mening van anderen.

Organisatie
51. Hoe is de Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij "Le Droit Humain" georganiseerd?

Internationaal: De orde heeft haar zetel in Parijs en wordt geleid door een opperraad, waarvan de voorzitter betiteld wordt als Grootmeester of Soeverein Grootcommandeur . In de opperraad hebben zitting afgevaardigden van alle landen waar federaties of jurisdicties bestaan.

In Parijs worden regelmatig internationale vergaderingen gehouden.

Nationaal: Als er in een land tenminste vijf loges met totaal honderd leden zijn, kan een federatie worden gevormd. Als dit aantal nog niet bereikt is, is er sprake van een jurisdictie (bijv. de Duits-Oostenrijkse jurisdictie). Behalve in de Oostbloklanden, bestaan er in vrijwel alle landen van Europa federaties. Voorts in diverse landen van Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Azië, en in Afrika . De federaties zijn onderling van elkaar onafhankelijk, maar werken samen in het algemeen belang van de orde. Het Consistorie is verantwoordelijk voor de rituele aangelegenheden .

De organisatorische, administratieve en financiële zaken worden behartigd door de Federale Raad.

52. Hoe wordt een loge bestuurd?

Als loge door de Voorzittend Meester, Vice-Voorzittend Meester, de Eerste en Tweede Opziener, de Secretaris, de Schatbewaarder en de Redenaar, die tezamen alle maconnieke rituelen c.q. zaken uitvoeren. Een loge wordt bestuurd: als vereniging door een voorzitter (Voorzittend Meester), een secretaris en een penningmeester (Schatbewaarder) die belast zijn met de organisatorische, administratieve en financiële leiding;

53. Hoe worden de bestuurders gekozen?

De bestuursleden (Officieren) worden jaarlijks gekozen door de Meester Metselaren, voor de periode van één jaar. Eénmaal kunnen zij worden herkozen, terwijl de Voorzittend Meester en de beide Opzieners maximaal drie jaar hun functie kunnen blijven vervullen.

54. Zijn er graden, rangen en standen binnen een loge?

De essentiële graden in de vrijmetselarij zijn die van Leerling, Gezel en Meester. Alle andere graden zijn bedoeld als uitwerking, verbreding of verdieping van deze eerste drie graden.

Men kent een hiërarchische opbouw in het rituele stelsel van de vrijmetselarij. Die loopt van de 1° tot en met de 33°. Voor het hoogste rituele orgaan in de federatie, het zogenaamde Consistorie, is vereist dat men de 32° heeft. Eenieder met deze graad is automatisch lid van het Consistorie.

55. Wat is de zin van de hiërarchie in de vrijmetselarij?

Elke cultuur kent hiërarchie: die van de sterkste, de grootste, de meest wijze. Die van traditie, monarchie, maar ook die van democratie. Overal in de wereld is er hiërarchie, gewild of ongewild, gedwongen of niet-gedwongen. De meest ideële hiërarchie is die van een besturende groep, gevormd door wijze mensen. De vrijmetselarij behoort daar een afspiegeling van te zijn, als neerslag van de kosmische hiërarchie.

56. Brengt hiërarchie de vrijheid van denken en handelen niet in gevaar?

De vrijheid van denken en handelen mag niet in gevaar komen. De hiërarchie in de vrijmetselarij behoort een overdracht van wijsheid en kennis te bevorderen en zij mag nooit misbruikt worden voor macht en indoctrinatie.

Lidmaatschap
57. Kan iedereen lid worden?

In principe kan iedereen lid worden, die oprecht streeft naar verdieping van het

menszijn. Daarnaast moet men "vrij en van goede naam" zijn. " Vrij" betekent in dit verband dat men niet in conflict komt met zijn eigen godsdienstige en maatschappelijke bindingen. "Van goede naam" wil zeggen dat men zich houdt aan de regels van het maatschappelijk bestel.

58. Hoe kan men zich aanmelden?

Men kan zich aanmelden door een aanmeldingsformulier aan te vragen en in te vullen.

59. Moet men worden voorgedragen?

Men behoeft niet te worden voorgedragen, maar de aanmelding moet wel worden ondersteund door twee Meester-Metselaren die "borg” staan voor het kandidaat-lid. Kent de betrokkene zelf geen Meester-Metselaren, dan wordt hij of zij in de gelegenheid gesteld kennis te maken met enkele Meesters.

60. Worden er inlichtingen ingewonnen en zo ja, waarom?

In de loop van de toelatingsprocedure wordt aan het kandidaat-lid gevraagd enkele referenties uit zijn eigen kring op te geven. Mede op basis van deze gegevens kan de loge zich een beeld vormen van het aspirant-lid.

61. Is er een leeftijdsgrens aan het lidmaatschap verbonden?

Men kan toetreden op achttienjarige leeftijd. Een leeftijdsgrens naar boven is er niet. Om de Meestergraad te verkrijgen moet men 21 jaar zijn.

62. Kan men het lidmaatschap beëindigen?

Men kan het lidmaatschap te allen tijde beëindigen. Bij de toetreding verplicht men zich echter om in ieder geval drie jaren lid te blijven, maar de intentie dient te zijn dat men voor het leven vrijmetselaar wordt.

63. Is er een proeftijd?

Er is geen proeftijd zoals wij die over het algemeen kennen. Wel maakt men de eerste jaren als leerling en vervolgens als gezel een leerperiode door.

64. Hoe gaat de toetreding in zijn werk?

Wanneer de belangstellende zich goed heeft georiënteerd, de nodige gesprekken heeft gevoerd en inderdaad lid wil worden van de vrijmetselarij, dan is de procedure als volgt:

Het kandidaat-lid vraagt een aanmeldingsformulier aan en zendt dit ingevuld terug aan de loge; deze aanmelding wordt dan medeondertekend door twee Meester­ Metselaren, die zich borg stellen voor de kandidaat; vervolgens wordt de aanvraag voorgelezen in alle loges van onze orde in Nederland. De leden hebben een maand de gelegenheid hierop te reageren; hierna ontvangt de kandidaat een vragenlijst. Na terugzending van de ingevulde vragenlijst wordt de kandidaat uitgenodigd voor een gesprek met drie leden van de loge. Tijdens dit gesprek krijgt de kandidaat de gelegenheid zijn antwoorden nader toe te lichten; de drie leden geven onafhankelijk van elkaar hun indrukken aan de Voorzittend Meester door; alle verkregen gegevens, dus ook de inlichtingen van de referenten die door de kandidaat op de vragenlijst zijn opgegeven, vormen de basis voor een beslissing binnen de loge; als deze beslissing positief is, dan is tenslotte nog het fiat nodig van de Nederlandse vertegenwoordiger van de Internationale Opperraad; hierna kan de kandidaat worden ingewijd als leerling-vrijmetselaar. Het is vanzelfsprekend dat deze hele procedure, die een aantal maanden in beslag neemt, een vertrouwelijk karakter draagt voor beide partijen.

65. Wat kost het lidmaatschap?

Dit kan per loge variëren.

66. Zijn er nog andere financiële verplichtingen?

Bij de inwijdingen betaalt men een bepaald bedrag voor bijv. een schootsvel, literatuur e.d. Tijdens de bijeenkomsten wordt in de regel een bijdrage gevraagd.

67. Hoe vaak en waar komt men bij elkaar?

Als regel komt men wekelijks of éénmaal in de veertien dagen bijeen, meestal in het loge-gebouw.  Dat kan zijn voor een rituele bijeenkomst in de tempel of voor een minder formele samenkomst in de voorhof, een gespreksruimte. Voor afzonderlijke graden zijn er bovendien studiebijeenkomsten (instructies).

68. Waaruit bestaan die bijeenkomsten?

Tijdens de bijeenkomsten in de tempel werkt men met voorgeschreven handelingen en symbolen (de zgn. rituelen). Het hoofdthema van zo'n bijeenkomst kan zijn een inwijding in een van de drie graden of een lezing gehouden door een vrijmetselaar. Tijdens de bijeenkomsten in de voorhof houdt men ook gespreksavonden n.a.v. een lezing. Zo’n lezing noemt men een bouwstuk. Bouwstukken worden "opgeleverd" door een lid van de loge of een genodigde. (Zie ook vraag 5).